vv Schaesberg presenteert : MARTIN MEETS
In deze spiksplinternieuwe rubriek ontmoet onze eigen Martin Schouman -
bij vrijwel iedereen bekend als hoofd Beheer en lid van de Communicatiecommissie -
een zichtbaar of minder zichtbaar persoon binnen vv Schaesberg.
Op zijn eigen wijze neemt hij ons vanaf nu maandelijks mee achter de schermen en
laat zien welke mensen er allemaal voor zorgen dat iedere dag het balletje rolt op
Sportpark Strijthagen.
Veel leesplezier !
In deze eerste editie stel ik jullie graag voor aan Piet Elema.
Een paar jaar geleden liep ik hem voor het eerst tegen het lijf. Dat zeg ik niet helemaal goed. Ik liep hem niet tegen het lijf. Ik zag een paar benen. Het was een dinsdagmorgen in de multiruimte. Ik liep langs een huishoudtrap en zag een paar benen. Bij die benen hoorden nog een lichaam en een hoofd, maar die waren verdwenen in het systeemplafond. Ik groette netjes en de benen groetten terug. Een paar dagen later, het was inmiddels vrijdag, zo’n uur of elf in de ochtend, spotte ik diezelfde benen. Die benen staken dit keer uit onder de toonbank van onze kantine. De man die bij de benen hoorde scheen onder de toonbank bezig met een of andere elektrische aansluiting. Ook deze keer groetten de benen mij beleefd terug.
De volgende week dinsdag zei ik tegen mijzelf: ”Nonderju, dat is geen toeval meer, weer die benen.” Deze keer op een ladder in de serre. Nu was het me al opgevallen dat er de laatste tijd nog maar weinig kapot was op ons complex. Geen scheve spiegels in de kleedlokalen, geen rioollucht in de toiletten, geen jeugddoelen die op instorten stonden. Het leek mij sterk dat dit het werk van de kaboutertjes was. En degene die op die ladder in de serre stond was inderdaad geen kabouter, al had hij wel een grijze baard, maar zijn puntmuts ontbrak.
Ik moet me maar eens voorstellen dacht ik. De kabouter die geen kabouter was stelde zich ook voor: “Piet Elema”. Piet bleek een bescheiden rustige man, die vriendelijk door zijn brillenglazen keek. Duidelijk een man van “niet lullen, maar poetsen”. Rustig ging hij zijn eigen gang. Hij had een lijst met werkzaamheden en die werden allemaal stuk voor stuk afgewerkt.
Op een dag vroeg ik aan Piet: “Wat heb jij met voetbal?” “Niets”, was het shokerende antwoord. Hij keek erbij of hij net zo lief klusjes zou doen voor een klootschietvereniging. Inmiddels ken ik Piet beter. Zijn drijfveer is iets voor de gemeenschap doen. En in dit geval voor onze voetbalgemeenschap. Daar mogen we duvels blij mee zijn, want Piet kan alles. Ooit had hij een doe-het -zelfzaak in Landgraaf. Later heeft hij als in- en verkoper bij een installatiebedrijf gewerkt. Hij heeft gouden handen. De lockers in het ballenhok zijn door hem gemaakt, tijdens Pinkpop test hij de hele elektrische installatie, aan het begin van het seizoen hangt hij de netten in de doelen. Hij vervangt buisjes voor de hoekvlaggen, vervangt ook mesjes in de robotmaaier, knoopt van twee oude doelnetten een nieuw doelnet, zet minstens vijf keer per seizoen gesloopte zeepdispensers opnieuw in elkaar, zet losse deurkrukken weer vast, repareert de verwarming, zet de douches op de juiste temperatuur, maakt nieuwe elektrische aansluitingen, verwisselt reclameborden, vervangt kraanleertjes. En dit is nog maar een beknopte opsomming van Piets werkzaamheden.
Kortom: dankzij Piet kunnen vele onderhoudsbedrijven in Limburg thuisblijven en dat bespaart ons voorrijkosten en arbeidsloon. Uw columnist wil nog maar één ding zeggen: ”Piet, je bent goud waard voor v.v. Schaesberg.”
